Gedichten als smokkelwaar

Onlangs verscheen een speciale editie van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) over onderzoek naar het schoolvak Nederlands. Mijn artikel in dit nummer is een pleidooi voor poëzie als smokkelwaar. Ik betoog dat het schoolvak Nederlands erbij gebaat zou zijn als gedichten veel vaker werden ingezet in lessen die niet strikt over poëzie gaan, en geef een flinke hoeveelheid praktijkvoorbeelden om dat idee te beargumenteren.
Het artikel is hier te lezen.

Instagrampoëzie in de klas

In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine schreven Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) en ik een artikel over het gebruik van Instagrampoëzie in het voortgezet onderwijs.

We betogen dat deze vorm van poëzie vanwege de aansluiting bij de leefwereld van jongeren bijzondere handvatten biedt om poëzie centraal te stellen in de klas. Aan de hand van het zogenaamde RES-model van Nicholas Mazza lichten we vervolgens een didactiek toe waarmee dit soort gedichten in het onderwijs betekenisvol gebruikt kunnen worden.

Klik hier om ons artikel te lezen.

De Magmakamer

Nu uit: DW B‘s ‘De magmakamer’, een nummer vol vulkanische literaire debuten dat ik samenstelde met Charlotte Van den Broeck. Uit 342 inzendingen selecteerden wij 17 diamanten die nog nauwelijks slijping behoeven. Gaat dat lezen! Klik hier voor meer informatie over het nummer.

De praktijk van de leeslijst

Bij Stichting Lezen is mijn rapport De praktijk van de leeslijst: Een onderzoek naar de inhoud en waardering van literatuurlijsten voor het schoolvak Nederlands op havo en vwo verschenen. Klik hier om het rapport en de bijbehorende bijlage te lezen.

De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn de volgende:

Leerlingen zijn positief over hun leeslijst en lezen een groot deel daarvan

De respondenten uit dit onderzoek zijn redelijk positief over de boeken op hun literatuurlijst. Met
gemiddeld een 6,7 geven zij de geselecteerde titels een ruime voldoende. Bovendien lezen zij een
groot deel van de werken op hun literatuurlijst. De examenkandidaten schatten dat zij gemiddeld
76,6% lazen van de titels op hun lijst. Van de geselecteerde werken werd een ruime meerderheid van 63,2% volledig door leerlingen gelezen.

De meestgelezen boeken zijn niet de meest gewaardeerde boeken

De tien meestgelezen boeken onder examenkandidaten havo en vwo tezamen zijn achtereenvolgens Het gouden ei van Tim Krabbé, De aanslag van Harry Mulisch, Karel ende Elegast (auteur onbekend), Het diner van Herman Koch, Hersenschimmen van J. Bernlef, De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, Van den Vos Reynaerde van Willem, Max Havelaar van Multatuli, Turks fruit van Jan Wolkers en Sonny Boy van Annejet van der Zijl. Canonieke literaire werken nemen in deze ranglijst een voorname positie in.

Het onderzoek laat evenwel zien dat deze meestgelezen werken niet de meest gewaardeerde
werken onder leerlingen zijn. In de ranglijst van 25 meestgelezen boeken op havo en vwo staat niet één titel uit de top 10 van hoogst scorende teksten onder leerlingen, die wordt aangevoerd door De engelenmaker van Stefan Brijs (gemiddeld leerlingoordeel 8,1). Van de laagst scorende tien teksten onder leerlingen staan er daarentegen drie in de top 25 van meestgelezen boeken op het vwo. Steeds betreft het daarbij canonieke teksten die vaak verplicht gelezen worden: Karel ende Elegast, Warenar van P.C. Hooft en Kaas van Willem Elsschot. Met name teksten van voor 1880 scoren onder leerlingen relatief laag, met gemiddeld een 6,0. Dat is een significant verschil ten opzichte van het totaalgemiddelde van 6,7.

De gemiddelde leeslijst is weinig divers

De boeken die leerlingen selecteren voor hun literatuurlijst zijn bijzonder heterogeen: de enquête
leverde 1642 verschillende werken van 725 unieke auteurs op. Waar er dus veel diversiteit is in de
gekozen titels, is er in het literatuuronderwijs juist weinig sprake van culturele diversiteit. Op de
gemiddelde leeslijst is de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke auteurs grofweg 3:1, terwijl het percentage auteurs met een niet-westerse achtergrond op het geheel zeer gering is (4,2%). In die zin lijkt het literatuuronderwijs vooral het beeld van een witte, mannelijke auteur te mediëren. Ook de Vlaamse literatuur is in het Nederlandse onderwijs ondervertegenwoordigd, met een aandeel van 7,3% op de totale selecties. Het percentage teksten van buiten het Nederlandse taalgebied is verwaarloosbaar (0,9%). Een ruime meerderheid van de gekozen teksten (59,7%) is geschreven door een auteur die ten tijde van de enquête nog in leven was. De vaker gehoorde claim dat het literatuuronderwijs vooral over dode schrijvers gaat, moet dus worden verworpen.

Er bestaan verschillen in prestatie, leesgedrag en leeswaardering tussen verschillende groepen
leerlingen

Uit het onderzoek blijkt dat vwo-leerlingen hoger scoren op hun schoolexamen literatuur dan
havoleerlingen. Ook willen zij vaker dan havoleerlingen Nederlandse literatuur blijven lezen na het
afronden van hun middelbare school. Er zijn echter geen verschillen tussen havo- en vwo-leerlingen in de cijfers die zij toekennen aan hun leeslijst en in het percentage van hun literatuurlijst dat zij daadwerkelijk lezen.

Er zijn ook verschillen tussen jongens en meisjes. Meisjes scoren hoger voor hun schoolexamen
literatuur dan jongens, willen vaker na hun examen blijven lezen en lezen een significant groter deel van hun literatuurlijst dan jongens. Zulke verschillen zijn er niet voor westerse versus niet-westerse leerlingen. Wel zijn er verschillen te constateren voor leerlingen met uiteenlopende profielen. Leerlingen met een Cultuur & Maatschappij-profiel en leerlingen met een dubbelprofiel Natuur & Gezondheid/Natuur & Techniek willen het vaakst Nederlandse literatuur blijven lezen na hun middelbare school.

Er bestaan verschillen in leeswaardering tussen verschillende groepen boeken

Het onderzoek laat zien dat boeken geschreven door vrouwelijke auteurs iets hoger scoren dan
boeken geschreven door mannelijke auteurs. Eenzelfde kleine, maar significante voorsprong hebben niet-westerse auteurs op westerse auteurs. Recente literatuur scoort onder leerlingen significant hoger dan oudere literatuur, ook wanneer de periode 1950-1999 vergeleken wordt met de periode 2000-heden. Verder zijn er duidelijke waarderingsverschillen tussen genres waarneembaar. Leerlingen waarderen jeugdboeken en thrillers significant hoger dan romans, poëzie en toneel. Tegelijkertijd waarderen ze romans significant hoger dan poëzie.

De nachtkant van de norm

Eind vorig jaar won Annemarie Estor de Jan Campert-prijs voor haar ‘crime poem’ Niemandslandnacht. In het Jan Campert-jaarboek 2018 schreef ik een essay over de bundel, waarin ik een kritisch tegenwicht probeer te bieden tegen de al te gemakzuchtige receptie van Niemandslandnacht in met name NRC Handelsblad.

Klik hier om het stuk te lezen.

Lezingen over literatuuronderwijs

De afgelopen weken hield ik bij verschillende gelegenheden lezingen over mijn onderzoek naar het Nederlandse literatuuronderwijs.

Op 30 oktober verzorgde ik een keynotelezing tijdens het symposium Als je goed om je heen kijkt: Poëzie in de klas, georganiseerd door Stichting Lezen, het Nederlands Letterenfonds en de Universiteit Utrecht. Het verslag van de dag is hier te lezen. De tekst van mijn lezing over domeinoverstijgend poëzieonderwijs zal ik omwerken tot een artikel in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL).

Op 16 november organiseerde ik met Stefanie Ramachers het symposium Literatuur voor de klas aan de Radboud Universiteit Nijmegen (klik hier voor een verslag). Ik presenteerde daar de resultaten van mijn onderzoeksproject ‘De praktijk van de leeslijst’, waarin ik me richt op het daadwerkelijke leesgedrag van examenkandidaten havo en vwo voor het schoolvak Nederlands. Een variant op deze lezing gaf ik op 22 november tijdens het programma ‘De aanzet’ van het Wintertuinfestival. De resultaten van ‘De praktijk van de leeslijst’ worden in het voorjaar van 2019 gepubliceerd in een onderzoeksrapport voor Stichting Lezen.

Op 20 november, ten slotte, verzorgde ik met Kila van der Starre een interactieve workshop voor ruim 90 leraren Nederlands in opleiding tijdens de Dag van het Literatuuronderwijs in Rotterdam. De workshop handelde over het gebruik van Instagrampoëzie in het klaslokaal. Kila en ik zullen de kern van onze opvattingen hierover komend jaar publiceren in Levende Talen Magazine.

Meer weten of een lezing boeken? Neem dan contact op via j.dera [at] let.ru.nl.

(foto: Annemarie Terhell)

Interpretatieverschillen in het poëzieonderwijs

Nog te vaak benaderen lesmethoden gedichten als een cryptogram: alsof poëzie een kluis is die je met de juiste cijfercombinatie kunt openen. Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven die gedichten benaderen vanuit de ervaringen en individuele interpretaties van leerlingen. Hoe kunnen we productief omgaan met die verschillende interpretaties in onze poëziedidactiek? In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine doe ik een voorstel. Klik hier om het artikel te lezen.