Vakdidactisch Handboek / LTT / Akyol

Onlangs verschenen: mijn bijdrage in het handboek Didactiek Nederlands.
Abstract:

Wat mag er wel en niet op de leeslijst? Het is een vraag die soms tot hevige discussies tussen leraren Nederlands leidt. De onderliggende vraag daarbij is wat wel en niet tot de literatuur behoort, en hoe belangrijk het is dat leerlingen daar kennis van nemen. In deze bijdrage aan het handboek legt literatuurwetenschapper Jeroen Dera uit waarom er eigenlijk geen sluitende definitie van het begrip ‘literatuur’ mogelijk is. Hij zet daartoe een functionalistische definitie van literatuur af tegen een essentialistische definitie. Ook bespreekt hij hoe het literatuuronderwijs zelf voortdurend bijdraagt aan het beeld dat mensen van literatuur hebben, en verkent hij enkele onderzoeksperspectieven waarmee we dat beeld verder kunnen aanscherpen.

Ook onlangs verschenen: een artikel dat ik met Nils Lommerde in Levende Talen Tijdschrift schreef over de boekselecties van startende leraren Nederlands
Abstract:

In hoeverre laten beginnende leraren Nederlands zich in hun boekadviezen aan leerlingen leiden door hun persoonlijke leesvoorkeuren en door de boeken die zij canoniek achten? In dit artikel onderzoeken we deze kwestie aan de hand van een enquête onder leraren Nederlands in opleiding. We vroegen de respondenten om drie lijstjes van acht boeken op te stellen. Het eerste lijstje bevatte de favoriete boeken van de respondenten, het tweede de boeken die zij cultureel als het ‘belangrijkst’ beschouwden en het derde de titels die zij aanraadden aan leerlingen in 5 vwo. We analyseerden de mate waarin deze lijstjes overlapten en onderzochten tevens hoe divers de geselecteerde titels waren in termen van gender, culturele diversiteit, genre en datering. Onze conclu-sie is dat startende docenten zich in hun boekadviezen weinig laten leiden door persoonlijke favorieten en de canon. Ook is het beeld van literatuur dat oprijst uit de enquête weinig divers in termen van gender en culturele diversiteit.

Vandaag verschenen: mijn reactie op het boekenweekessay van Özcan Akyol, op Platform Leest.

Luisterrijk der Letteren / PloS One

Op de valreep van 2019 verschenen twee publicaties waaraan ik meewerkte. Ten eerste het boek Luisterrijk der letteren: Hoorspel en literatuur in Nederland en Vlaanderen (Academia Press), onder de bezielende redactie van Lars Bernaerts en Siebe Bluijs. Ik droeg een hoofdstuk bij over de hoorspelen van Martien Beversluis uit de jaren dertig, waarin ik betoog dat zijn werk inspeelde op actuele thema’s met waarde voor het toenmalige luisterpubliek, terwijl het net zo goed literaire reflecties bevatte die mogelijk voorbij gingen aan de ‘gemiddelde luisteraar’. Volksopvoeding ging kortom hand in hand met literaire positionering.

Van een heel andere orde is het artikel dat ik met Xin Gao, Annabel Nijhoff en Roel Willems publiceerde in PLoS One. We laten daarin zien welke invloed de leesbaarheid van het lettertype heeft op de waardering van poëzie. Benieuwd naar onze bevindingen? Het artikel is hier te lezen.

Gedichten als smokkelwaar

Onlangs verscheen een speciale editie van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) over onderzoek naar het schoolvak Nederlands. Mijn artikel in dit nummer is een pleidooi voor poëzie als smokkelwaar. Ik betoog dat het schoolvak Nederlands erbij gebaat zou zijn als gedichten veel vaker werden ingezet in lessen die niet strikt over poëzie gaan, en geef een flinke hoeveelheid praktijkvoorbeelden om dat idee te beargumenteren.
Het artikel is hier te lezen.

Instagrampoëzie in de klas

In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine schreven Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) en ik een artikel over het gebruik van Instagrampoëzie in het voortgezet onderwijs.

We betogen dat deze vorm van poëzie vanwege de aansluiting bij de leefwereld van jongeren bijzondere handvatten biedt om poëzie centraal te stellen in de klas. Aan de hand van het zogenaamde RES-model van Nicholas Mazza lichten we vervolgens een didactiek toe waarmee dit soort gedichten in het onderwijs betekenisvol gebruikt kunnen worden.

Klik hier om ons artikel te lezen.

De Magmakamer

Nu uit: DW B‘s ‘De magmakamer’, een nummer vol vulkanische literaire debuten dat ik samenstelde met Charlotte Van den Broeck. Uit 342 inzendingen selecteerden wij 17 diamanten die nog nauwelijks slijping behoeven. Gaat dat lezen! Klik hier voor meer informatie over het nummer.

De praktijk van de leeslijst

Bij Stichting Lezen is mijn rapport De praktijk van de leeslijst: Een onderzoek naar de inhoud en waardering van literatuurlijsten voor het schoolvak Nederlands op havo en vwo verschenen. Klik hier om het rapport en de bijbehorende bijlage te lezen.

De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn de volgende:

Leerlingen zijn positief over hun leeslijst en lezen een groot deel daarvan

De respondenten uit dit onderzoek zijn redelijk positief over de boeken op hun literatuurlijst. Met
gemiddeld een 6,7 geven zij de geselecteerde titels een ruime voldoende. Bovendien lezen zij een
groot deel van de werken op hun literatuurlijst. De examenkandidaten schatten dat zij gemiddeld
76,6% lazen van de titels op hun lijst. Van de geselecteerde werken werd een ruime meerderheid van 63,2% volledig door leerlingen gelezen.

De meestgelezen boeken zijn niet de meest gewaardeerde boeken

De tien meestgelezen boeken onder examenkandidaten havo en vwo tezamen zijn achtereenvolgens Het gouden ei van Tim Krabbé, De aanslag van Harry Mulisch, Karel ende Elegast (auteur onbekend), Het diner van Herman Koch, Hersenschimmen van J. Bernlef, De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, Van den Vos Reynaerde van Willem, Max Havelaar van Multatuli, Turks fruit van Jan Wolkers en Sonny Boy van Annejet van der Zijl. Canonieke literaire werken nemen in deze ranglijst een voorname positie in.

Het onderzoek laat evenwel zien dat deze meestgelezen werken niet de meest gewaardeerde
werken onder leerlingen zijn. In de ranglijst van 25 meestgelezen boeken op havo en vwo staat niet één titel uit de top 10 van hoogst scorende teksten onder leerlingen, die wordt aangevoerd door De engelenmaker van Stefan Brijs (gemiddeld leerlingoordeel 8,1). Van de laagst scorende tien teksten onder leerlingen staan er daarentegen drie in de top 25 van meestgelezen boeken op het vwo. Steeds betreft het daarbij canonieke teksten die vaak verplicht gelezen worden: Karel ende Elegast, Warenar van P.C. Hooft en Kaas van Willem Elsschot. Met name teksten van voor 1880 scoren onder leerlingen relatief laag, met gemiddeld een 6,0. Dat is een significant verschil ten opzichte van het totaalgemiddelde van 6,7.

De gemiddelde leeslijst is weinig divers

De boeken die leerlingen selecteren voor hun literatuurlijst zijn bijzonder heterogeen: de enquête
leverde 1642 verschillende werken van 725 unieke auteurs op. Waar er dus veel diversiteit is in de
gekozen titels, is er in het literatuuronderwijs juist weinig sprake van culturele diversiteit. Op de
gemiddelde leeslijst is de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke auteurs grofweg 3:1, terwijl het percentage auteurs met een niet-westerse achtergrond op het geheel zeer gering is (4,2%). In die zin lijkt het literatuuronderwijs vooral het beeld van een witte, mannelijke auteur te mediëren. Ook de Vlaamse literatuur is in het Nederlandse onderwijs ondervertegenwoordigd, met een aandeel van 7,3% op de totale selecties. Het percentage teksten van buiten het Nederlandse taalgebied is verwaarloosbaar (0,9%). Een ruime meerderheid van de gekozen teksten (59,7%) is geschreven door een auteur die ten tijde van de enquête nog in leven was. De vaker gehoorde claim dat het literatuuronderwijs vooral over dode schrijvers gaat, moet dus worden verworpen.

Er bestaan verschillen in prestatie, leesgedrag en leeswaardering tussen verschillende groepen
leerlingen

Uit het onderzoek blijkt dat vwo-leerlingen hoger scoren op hun schoolexamen literatuur dan
havoleerlingen. Ook willen zij vaker dan havoleerlingen Nederlandse literatuur blijven lezen na het
afronden van hun middelbare school. Er zijn echter geen verschillen tussen havo- en vwo-leerlingen in de cijfers die zij toekennen aan hun leeslijst en in het percentage van hun literatuurlijst dat zij daadwerkelijk lezen.

Er zijn ook verschillen tussen jongens en meisjes. Meisjes scoren hoger voor hun schoolexamen
literatuur dan jongens, willen vaker na hun examen blijven lezen en lezen een significant groter deel van hun literatuurlijst dan jongens. Zulke verschillen zijn er niet voor westerse versus niet-westerse leerlingen. Wel zijn er verschillen te constateren voor leerlingen met uiteenlopende profielen. Leerlingen met een Cultuur & Maatschappij-profiel en leerlingen met een dubbelprofiel Natuur & Gezondheid/Natuur & Techniek willen het vaakst Nederlandse literatuur blijven lezen na hun middelbare school.

Er bestaan verschillen in leeswaardering tussen verschillende groepen boeken

Het onderzoek laat zien dat boeken geschreven door vrouwelijke auteurs iets hoger scoren dan
boeken geschreven door mannelijke auteurs. Eenzelfde kleine, maar significante voorsprong hebben niet-westerse auteurs op westerse auteurs. Recente literatuur scoort onder leerlingen significant hoger dan oudere literatuur, ook wanneer de periode 1950-1999 vergeleken wordt met de periode 2000-heden. Verder zijn er duidelijke waarderingsverschillen tussen genres waarneembaar. Leerlingen waarderen jeugdboeken en thrillers significant hoger dan romans, poëzie en toneel. Tegelijkertijd waarderen ze romans significant hoger dan poëzie.

De nachtkant van de norm

Eind vorig jaar won Annemarie Estor de Jan Campert-prijs voor haar ‘crime poem’ Niemandslandnacht. In het Jan Campert-jaarboek 2018 schreef ik een essay over de bundel, waarin ik een kritisch tegenwicht probeer te bieden tegen de al te gemakzuchtige receptie van Niemandslandnacht in met name NRC Handelsblad.

Klik hier om het stuk te lezen.