Gedichten van het nieuwe millennium

Zojuist verschenen: het boek Gedichten van het nieuwe millennium: Twintig jaar 21e-eeuwse poëzie uit Nederland en Vlaanderen. Dit boek, dat ik samenstelde met Carl De Strycker, is een bloemlezing en een essaybundel ineen. Het bevat honderd gedichten uit de periode 2000-2020, die elk kort worden becommentarieerd door een bevlogen poëzielezer. De commentaren werden verzorgd door de volgende critici, allen geboren in 1980 of later: Barbara Fraipont, Laurens Ham, Jens Meijen, Sarah Posman, Linde De Potter, Johan Sonnenschein, Malika Soudani, Kila van der Starre, Carl De Strycker en ikzelf.

Voor het boek raadpleegden we een panel van poëziecritici (die samen 50 gedichten kozen) en consulteerden we via sociale media het publiek van poëzielezers (goed voor 30 gedichten). De resterende gedichten werden aangevuld door de bijdragende auteurs en door Carl en mij als redactie. De fraaie vormgeving is van Martien Frijns, evenals bij de voorgangers van dit boek: Dichters van het nieuwe millennium (2016) en Bundels van het nieuwe millennium (2018).

Verschenen: Branding Books Across the Ages

Vorige week verscheen bij Amsterdam University Press het boek Branding Books Across the Ages: Strategies and Key Concepts in Literary Branding, waarover ik de redactie voerde met mijn Nijmeegse collega’s Helleke van den Braber, Jos Joosten en Maarten Steenmeijer. Het boek is als gratis e-book te bestellen via AUP, en is daarnaast open access raadpleegbaar via OAPEN en JSTOR.

In het boek onderzoeken we met een team experts uit de literatuurwetenschap hoe de complexe verhouding tussen literatuur en marketing in elkaar steekt, met casussen vanuit de vroegmoderne tijd tot heden. De flaptekst luidt als volgt:

For many, literature and marketing are considered opposite phenomena. This book discusses cases in which the two are closely connected. It argues that literature is subject to the same mechanisms as other commercial products: our experience of literary texts is prefigured by brands, trademarks that identify a product and differentiate it from its competitors. From the early modern period onwards, literary authors and their texts are constantly ‘branded’ and have been both the object and the trailblazer of a complex marketing process. The authors of this volume analyze this branding process throughout the centuries, focusing on the Netherlands. To what extent is our experience of Dutch literature prefigured by brands, and what role does branding play when introducing European authors in the Dutch literary field (or vice versa)? By answering these questions, Branding Books Across the Ages seeks to show how literary scholars understand branding – a phenomenon that has long been intertwined with literature.

Hoe denken lezers over coronagedichten?

In het Journal of Poetry Therapy verscheen onlangs mijn onderzoeksartikel naar het fenomeen coronapoëzie. Wat vinden poëzielezers eigenlijk van dat fenomeen, en waarom?

Het artikel, dat open access gepubliceerd is, laat zien dat poëzielezers een overwegend negatieve houding ten aanzien van het genre hebben, waarbij ze in hun argumentatie opvallend weinig aandacht hebben voor de vorm en het taalgebruik van coronapoëzie.

Het artikel is hier te lezen.

NWO-Veni

Onlangs kreeg ik van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een beurs (EUR 250.000) toegekend in het talentprogramma Veni, bedoeld voor beloftevolle onderzoekers die minder dan 3 jaar geleden gepromoveerd zijn. Met die beurs kan ik de komende 4 jaar onderzoek doen naar de manier waarop in het Nederlandse literatuuronderwijs wordt gelegitimeerd waarom het belangrijk is om te lezen. Ik benader die vraag door drie perspectieven te combineren die normaal gezien relatief gescheiden worden bestudeerd: het perspectief van de leraar, dat van de didactiek en dat van leerlingen. Hieronder vind je een samenvatting van mijn onderzoeksproject. Klik hier voor de volledige lijst van toekenningen binnen het talentprogramma.

Uses of Literature in the Classroom: Legitimizing Literature in Upper-Secondary Education

This project explores how the value of literature is negotiated in upper-secondary literature classrooms. It argues that to fully understand this process in L1-education, teachers’ legitimations of literature must be confronted with both their didactic practices and their students’ views on literature. Hence, the key objectives of this project are to (1) analyse how L1-teachers conceptualise the value(s) and use(s) of literature in upper-secondary contexts; (2) to examine how these legitimations are reflected in their literary-educational practices; and (3) to evaluate whether L1-teachers’ conceptualisations of the uses of literature are shared by their students.

By studying (a) teacher ideologies in relation to (b) concrete pedagogies and (c) students’ beliefs about literature, Uses of Literature in the Classroom integrates three perspectives that are often studied in isolation. The project is comprised of three interrelated studies that combine survey questionnaires with in-depth explorations of the literary-educational ideologies and practices of a panel of 20 teachers of Dutch Language and Literature. The first study will focus on L1-teachers’ conceptualisations and legitimations of literature through a national survey and a series of semi-structured interviews that elicit their beliefs about what literature is and why it should be taught in upper-secondary education. In the second study, the actual literary-didactic practices of the 20 panel teachers will be analysed by combining a discourse analysis of classroom materials with in-class observations and an institutional analysis of teachers’ text selections. The student perspective is central to the third study, which examines adolescents’ (15-18 years) conceptions of literature and its uses through a large-scale survey.

Thus, the project provides an empirical account of the uses of literature in an educational context. To impact the literary-educational field in the Netherlands, the research results will be used to design new didactic materials in collaboration with teachers and other educational ststakeholders.

Verschenen: ‘Woorden temmen’

Onlangs verscheen het boek Woorden temmen: van kop tot teen, dat ik maakte met de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck. In het boek bespreken we 30 gedichten over het lichaam die voor ons een speciale betekenis hebben. Ieder gedicht is voorzien van toegankelijk commentaar en activerende opdrachten, zodat de lezer zich letterlijk tot de tekst gaat verhouden.

Meer informatie over het boek vind je op http://www.grafon.info. Er verschenen al twee lovende recensies over Woorden temmen, op Neerlandistiek en op Tzum.

Interesse? Je kunt het boek via mijzelf bestellen (mail me!), maar natuurlijk ook via je boekhandel.

Vakdidactisch Handboek / LTT / Akyol

Onlangs verschenen: mijn bijdrage in het handboek Didactiek Nederlands.
Abstract:

Wat mag er wel en niet op de leeslijst? Het is een vraag die soms tot hevige discussies tussen leraren Nederlands leidt. De onderliggende vraag daarbij is wat wel en niet tot de literatuur behoort, en hoe belangrijk het is dat leerlingen daar kennis van nemen. In deze bijdrage aan het handboek legt literatuurwetenschapper Jeroen Dera uit waarom er eigenlijk geen sluitende definitie van het begrip ‘literatuur’ mogelijk is. Hij zet daartoe een functionalistische definitie van literatuur af tegen een essentialistische definitie. Ook bespreekt hij hoe het literatuuronderwijs zelf voortdurend bijdraagt aan het beeld dat mensen van literatuur hebben, en verkent hij enkele onderzoeksperspectieven waarmee we dat beeld verder kunnen aanscherpen.

Ook onlangs verschenen: een artikel dat ik met Nils Lommerde in Levende Talen Tijdschrift schreef over de boekselecties van startende leraren Nederlands
Abstract:

In hoeverre laten beginnende leraren Nederlands zich in hun boekadviezen aan leerlingen leiden door hun persoonlijke leesvoorkeuren en door de boeken die zij canoniek achten? In dit artikel onderzoeken we deze kwestie aan de hand van een enquête onder leraren Nederlands in opleiding. We vroegen de respondenten om drie lijstjes van acht boeken op te stellen. Het eerste lijstje bevatte de favoriete boeken van de respondenten, het tweede de boeken die zij cultureel als het ‘belangrijkst’ beschouwden en het derde de titels die zij aanraadden aan leerlingen in 5 vwo. We analyseerden de mate waarin deze lijstjes overlapten en onderzochten tevens hoe divers de geselecteerde titels waren in termen van gender, culturele diversiteit, genre en datering. Onze conclu-sie is dat startende docenten zich in hun boekadviezen weinig laten leiden door persoonlijke favorieten en de canon. Ook is het beeld van literatuur dat oprijst uit de enquête weinig divers in termen van gender en culturele diversiteit.

Vandaag verschenen: mijn reactie op het boekenweekessay van Özcan Akyol, op Platform Leest.

Luisterrijk der Letteren / PloS One

Op de valreep van 2019 verschenen twee publicaties waaraan ik meewerkte. Ten eerste het boek Luisterrijk der letteren: Hoorspel en literatuur in Nederland en Vlaanderen (Academia Press), onder de bezielende redactie van Lars Bernaerts en Siebe Bluijs. Ik droeg een hoofdstuk bij over de hoorspelen van Martien Beversluis uit de jaren dertig, waarin ik betoog dat zijn werk inspeelde op actuele thema’s met waarde voor het toenmalige luisterpubliek, terwijl het net zo goed literaire reflecties bevatte die mogelijk voorbij gingen aan de ‘gemiddelde luisteraar’. Volksopvoeding ging kortom hand in hand met literaire positionering.

Van een heel andere orde is het artikel dat ik met Xin Gao, Annabel Nijhoff en Roel Willems publiceerde in PLoS One. We laten daarin zien welke invloed de leesbaarheid van het lettertype heeft op de waardering van poëzie. Benieuwd naar onze bevindingen? Het artikel is hier te lezen.

Gedichten als smokkelwaar

Onlangs verscheen een speciale editie van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) over onderzoek naar het schoolvak Nederlands. Mijn artikel in dit nummer is een pleidooi voor poëzie als smokkelwaar. Ik betoog dat het schoolvak Nederlands erbij gebaat zou zijn als gedichten veel vaker werden ingezet in lessen die niet strikt over poëzie gaan, en geef een flinke hoeveelheid praktijkvoorbeelden om dat idee te beargumenteren.
Het artikel is hier te lezen.

Instagrampoëzie in de klas

In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine schreven Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) en ik een artikel over het gebruik van Instagrampoëzie in het voortgezet onderwijs.

We betogen dat deze vorm van poëzie vanwege de aansluiting bij de leefwereld van jongeren bijzondere handvatten biedt om poëzie centraal te stellen in de klas. Aan de hand van het zogenaamde RES-model van Nicholas Mazza lichten we vervolgens een didactiek toe waarmee dit soort gedichten in het onderwijs betekenisvol gebruikt kunnen worden.

Klik hier om ons artikel te lezen.

De Magmakamer

Nu uit: DW B‘s ‘De magmakamer’, een nummer vol vulkanische literaire debuten dat ik samenstelde met Charlotte Van den Broeck. Uit 342 inzendingen selecteerden wij 17 diamanten die nog nauwelijks slijping behoeven. Gaat dat lezen! Klik hier voor meer informatie over het nummer.