Perquin, Grunberg, Marsman, Insingel

De afgelopen maand verschenen er besprekingen van mijn hand van verschillende recente Nederlandstalige uitgaven. Voor DW B schreef ik over de nieuwe bundel van Ester Naomi PerquinMeervoudig afwezig. Ik betoog dat Perquin de ideale Dichter des Vaderlands is, juist vanwege de kanttekening dat haar werk nogal veilig is.

Eveneens in DW B verscheen een briefwisseling met Roel Smeets, waarin we in discussie gaan over de vraag of Arnon Grunberg in zijn roman Moedervlekken nu werkelijk een normbevestigend wereldbeeld uitdraagt.

Dan publiceerde ik nog twee recensies in Standaard der Letteren, over de zeer interessante debuutroman Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman en over de verzamelde gedichten van Mark InsingelHet doel is wit.

Advertisements

Verschenen: Sprekend kritiek

Vorige week verscheen de handelseditie van mijn proefschrift Sprekend kritiek: Literatuurprogramma’s in de vroege jaren van de Nederlandse radio en televisie bij Uitgeverij Verloren. Het boek is hier (of via de reguliere boekhandel) te bestellen. Voor meer informatie over de publicatie, zie de pagina over Sprekend kritiek op deze website.

Voor een inkijkexemplaar, zie hier.

Recensie Mieke van Zonneveld

In de nieuwe Poëziekrant (jaargang 41, nr. 3) schrijf ik over de debuutbundel van Mieke van Zonneveld, Leger (De Bezige Bij, 2017). De opening van de recensie:

Begin dit jaar vertelde Mieke van Zonneveld in het Nederlandse televisieprogramma VPRO Boeken over haar debuutbundel Leger. Ik vond het item enigszins ongemakkelijk, omdat interviewer Jeroen van Kan nogal de nadruk legde op de periode waarin de dichter leed aan acute leukemie. In Leger speelt die ziektegeschiedenis weliswaar een belangrijke rol, maar het zou jammer zijn Van Zonnevelds werk daartoe te reduceren.

Verder lezen? Koop (en dus: steun) Poëziekrant!

Van de Voorde in ‘Standaard der Letteren’

In de Standaard der Letteren schreef ik op 12 mei 2017 over de nieuwe bundel van Tom Van de Voorde, Zwembad de verbeelding. De bundel roept wat mij betreft vragen op over de verhouding tussen esthetiek en ideologie in poëzie, maar ook over een kwestie die nogal wat 21e-eeuwse dichters bezighoudt en waarop ik nog eens uitvoeriger hoop terug te komen: hoe geëngageerd te zijn in een genre dat zo weinig lezers bereikt?

Standaard-abonnees kunnen de recensie hier lezen.

Essay in Kunsttijdschrift Vlaanderen

Vorige week verscheen het nieuwe nummer van Kunsttijdschrift Vlaanderen, onder de titel ‘De woorden en de wegen. Hedendaagse Nederlandstalige poëzie’. De redactie van dit themanummer was in handen van Xavier Roelens en Laurens Ham. Zij vroegen me een essay bij te dragen over de status van de uitgeverij in het hedendaagse poëzieveld in Nederland en Vlaanderen. Ik zoomde daartoe in op de plaats die chapbooks in dit veld bekleden. Een analyse van die positie laat zien dat er nog altijd een grote afstand bestaat tussen het reguliere en het alternatieve uitgeefcircuit. Tegelijkertijd fungeren chapbooks als smeermiddel tussen die beide polen.

Het themanummer bevat verder bijdragen over internetnettijdschriften, podiumpoëzie, schrijfopleidingen en festivalcultuur. Bovendien staan er interviews in met jonge dichters, alsmede gedichten van talentvolle auteurs die aan de poorten van de poëzie staan te kloppen. Het nummer is hier te bestellen.

Sprekend kritiek

Op 14 juni aanstaande, om 16.30 precies, verdedig ik in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen mijn proefschrift Sprekend kritiek: literatuurprogramma’s in de vroege jaren van de Nederlandse radio en televisie. Vanzelfsprekend zijn belangstellenden welkom bij deze openbare verdediging.

Op diezelfde dag verschijnt de handelseditie van mijn proefschrift bij Uitgeverij Verloren, onder het imprint Literatoren. Het omslagontwerp van de handelseditie is van Siebe Bluijs. Voor meer informatie en bestellingen, zie hier.