Willem Elsschot: Dichter

Bij Uitgeverij Polis verscheen deze week het boek Willem Elsschot: Dichter, onder redactie van Koen Rymenants en Carl De Strycker. Het brengt voor het eerst al het dichtwerk van Elsschot bij elkaar, waarbij elk gedicht wordt becommentarieerd door een poëziespecialist. Ik droeg aan het boek bij met een essay over het eerste van de twee gedichten die Elsschot ‘Tot den Arme’ noemde.

Meer informatie over het boek is hier te vinden.

Perquin, Grunberg, Marsman, Insingel

De afgelopen maand verschenen er besprekingen van mijn hand van verschillende recente Nederlandstalige uitgaven. Voor DW B schreef ik over de nieuwe bundel van Ester Naomi PerquinMeervoudig afwezig. Ik betoog dat Perquin de ideale Dichter des Vaderlands is, juist vanwege de kanttekening dat haar werk nogal veilig is.

Eveneens in DW B verscheen een briefwisseling met Roel Smeets, waarin we in discussie gaan over de vraag of Arnon Grunberg in zijn roman Moedervlekken nu werkelijk een normbevestigend wereldbeeld uitdraagt.

Dan publiceerde ik nog twee recensies in Standaard der Letteren, over de zeer interessante debuutroman Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman en over de verzamelde gedichten van Mark InsingelHet doel is wit.

Recensie Mieke van Zonneveld

In de nieuwe Poëziekrant (jaargang 41, nr. 3) schrijf ik over de debuutbundel van Mieke van Zonneveld, Leger (De Bezige Bij, 2017). De opening van de recensie:

Begin dit jaar vertelde Mieke van Zonneveld in het Nederlandse televisieprogramma VPRO Boeken over haar debuutbundel Leger. Ik vond het item enigszins ongemakkelijk, omdat interviewer Jeroen van Kan nogal de nadruk legde op de periode waarin de dichter leed aan acute leukemie. In Leger speelt die ziektegeschiedenis weliswaar een belangrijke rol, maar het zou jammer zijn Van Zonnevelds werk daartoe te reduceren.

Verder lezen? Koop (en dus: steun) Poëziekrant!